|
|
2.
Integratie van werken, leren en leven.
Van onze nieuwe Belgische
trainer en coach Piet Taghon
In
zekere zin leven wij als mensen in drie verschillende, doorgaans van
elkaar gescheiden werelden.
-
We
hebben een eigen leefwereld of een privé-leven,
waarin we met mensen omgaan die ons het meest nabij zijn :
kinderen, echtgenoot, ouders, vrienden, enzovoort. Het is de plaats
waar we geborgenheid zoeken. Het is een plaats waar wij afstand doen
van de openbaarheid. We voelen warmte en liefde ; steun en
rust.
-
We
leven ook in een wereld waarin gewerkt wordt : de werkwereld of
het openbaar leven. We gaan
om met andere mensen op het werk, die ons eisen stellen, die vragen om
resultaten. In het openbare leven gaan we op zoek naar erkenning. We
worden beoordeeld op wat we kunnen, of je nu jurist bent,
projectleider, adviseur of kok.
-
Maar
ons gewichtigste leven is ons innerlijke leven of de leerwereld. Het is de wereld waaraan we zelf
gestalte geven. Opleiding, studie, hobby die niet alleen op de
ontspanning, maar ook op de persoonlijke ontwikkeling van onze unieke
menselijke gaven is gericht. Het zoeken naar een persoonlijke visie en
ideaal behoren zeer zeker tot deze wereld. In zekere zin verschaft ons
innerlijk leven zin aan de eerder genoemde werelden.
Het
komt erop aan een evenwicht te vinden tussen deze drie werelden.
Verwaarlozing of overheersing van een van deze gebieden ondermijnt onze
gezondheid op lange termijn.
Als
mensen voortdurend bezig zijn met hun werk verwaarlozen ze hun privé-leven
en hun persoonlijke ontwikkeling. De erkenning en waardering die uit het
werkleven voortkomt contrasteert hevig met de leegheid van het privé-en
ontwikkelingsleven. Op termijn loopt zo iemand ook op het werk
onherroepelijk vast. Angst voert de boventoon : men durft geen
beslissingen meer te nemen of te delegeren ; men heeft schrik voor
kritiek, men raakt overspannen.
De
dominantie van het privé-leven kan zich eveneens voor doen. Moeilijke
relaties, opvoedingsproblemen, etc. kunnen mensen voor bepaalde tijd heel
erg in beslag nemen. Het contact met de collega’s wordt minder
kwalitatief, men is er niet echt meer bij, gedachten dwalen af bij
belangrijke besprekingen. Boosheid en verbitterd-zijn worden de emoties
waarop iemand gaat drijven. Vooral als de gebrekkige inzet en het vele
gezuim van de persoon niet meer kan rekenen op begrip van de werkomgeving.
Ook
het innerlijke levensproject kan zo gaan domineren dat de andere werelden
worden verwaarloosd. De honger naar zelfkennis is zo groot dat voortdurend
cursussen, trainingen en workshops worden gedraaid. De persoonlijke
inzichten moeten op een of andere manier in de praktijk worden gebracht.
Het gevaar is niet ondenkbaar dat de mens zich niet meer herkent in de
wereld en afbrokkelt tot verlies aan zin en uiteindelijk tot
depressiviteit.
Enkele
decennia geleden was de arbeidsmarkt overzichtelijk: beroepen hadden
duidelijke kaders en de dynamiek was beperkt. Nog maar een paar generaties
terug hadden mensen (mannen) een handvol werkgevers en functies tussen hun
studie en hun pensioen. Tegenwoordig ontmoeten mensen misschien wel
twintig werkgevers en komen ze in vijftig verschillende functies terecht.
Wat betekent een goede voorbereiding in die context?
De
school bereidt niet echt voor op de beroepspraktijk, omdat docenten én
studenten vluchten in gemakkelijk meetbare cognitieve concepten (wat is
een database, bijvoorbeeld, en hoe ziet het communicatiemodel eruit). Het
is de houding van: ik wordt wel een goed vakman die me optimaal inzet en
ik ga ervan uit dat de organisatie mij wel zal belonen met promotie of
opleidingen of andere perspectieven…Dit is de houding van afwachten. Het
is echter een houding die tegenwoordig niet echt meer past. De organisatie
vraagt een actieve eigen sturing. De mens wil niet alles lijdzaam
ondergaan. We kunnen zelf kiezen hoe we in bepaalde situaties reageren.
Mensen
gaan individueel en samen eerst op zoek naar geborgenheid (erbij willen
horen), dan naar erkenning en waardering (goed willen zijn in je werk) en
vervolgens naar de kracht om het allemaal zelf te kunnen regelen
(zelfsturing).
Inzicht
in dat proces helpt om te blijven leren, na de school, werkend als
projectleider, opleider, informatie-analist, ontwerper van websites, …
Het kan voorkomen dat je jezelf rond je veertigste afvraagt: "Hoe
lang moet ik eigenlijk nog, wanneer mag ik met pensioen?" Leer het
zelf voorkomen!
|